randstad

Nederlands

  Niet te verwarren met: Randstad
 
de Randstad is een randstad
Uitspraak
Woordafbreking
  • rand·stad
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord randstad randsteden
verkleinwoord randstadje randstadjes

Zelfstandig naamwoord

randstad v/m

  1. een stad die aan de rand ligt
  2. een rand van steden
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
91 % van de Vlamingen.[1]

Meer informatie

Verwijzingen

  1.   Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be