prescription

Engels

Uitspraak
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
prescription prescriptions

Zelfstandig naamwoord

prescription

  1. (in algemene zin) voorschrift, prescriptie
  2. (medisch) recept
    «He got a prescription from his doctor.»
    Hij kreeg een recept van zijn dokter.
  3. (juridisch) een recht dat slechts voor een beperkte / omschreven periode uitgeoefend kan worden
  4. (taalkunde) formele regels van een taal (klankleer, vormleer, grammatica, etc.), die men als spreker van deze taal dient te volgen
stellend vergrotend overtreffend
prescription - -

Bijvoeglijk naamwoord

prescription

  1. op recept verkrijgbaar
    «Prescription medication has become very expensive.»
    Op recept verkrijgbare geneesmiddelen zijn erg duur geworden.

Frans

Uitspraak
Woordafbreking
  • pre·scrip·tion
Woordherkomst en -opbouw

Zelfstandig naamwoord

prescription v

  1. (in algemene zin) voorschrift, prescriptie
  2. (medisch) de medicatie, zoals voorgeschreven door de arts ter genezing van de patiënt
  3. (juridisch) voorschrift, statuut
  4. (juridisch) het niet meer afdwingbaar zijn van een vordering door het verloop van de tijd, verjaring, prescriptie
  5. (taalkunde) formele regels van een taal (klankleer, vormleer, grammatica, etc.), die men als spreker van deze taal dient te volgen
Verwante begrippen

Verwijzingen

  1.   Weblink bron prescription in: Trésor de la langue française informatisé, Dictionnaire de l’Académie française, huitième édition, 1932-1935 (1971-1994) op cnrtl.fr