praatstuk


Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • praat·stuk
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord praatstuk praatstukken
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

praatstuk o

  1. een tekst waarover men kan discussiëren
    • Volgens gemeentelijk projectleider stadsvisie C. Lagerwerf leent het stuk zich nog niet voor een politieke beraadslaging. Daarnaast kwamen de fractievertegenwoordigers in een overleg tot de conclusie dat vragen en aannames in het praatstuk nog wat aanpassing en verbetering behoeven. Dat volgens het motto: 'Als je goede vragen stelt, kun je ook goede antwoorden verwachten.' [1] 
    • Cruijff liet na het indienen van de adviezen, vorige week dinsdag, niets te wensen over aan duidelijkheid. Zijn raadgevingen zijn geen gewone adviezen. Ze zijn wat hem betreft de blauwdruk voor nieuw beleid. Hij beschouwt de plannen niet als praatstuk, maar als 'het nieuwe werken.' [2] 
    • „Het probleem is dan dat je moet handhaven. We zijn ermee bezig en het zou heel goed kunnen dat we met een praatstuk komen”, meldt Schouten. [3] 
Synoniemen

Gangbaarheid

84 % van de Nederlanders;
84 % van de Vlamingen.[4]

Verwijzingen

  1. Tubantia 26-02-08 'Proatstuk' stadsvisie van agenda
  2. Tubantia Willem Vissers 24-03-11 Johan Cruijff verliest zijn geduld met Ajax
  3. Tubantia 02-03-16 Schade na jaarwisseling in Oldenzaal ruim 16 mille
  4.   Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be