• pos·to·gram
  • afleiding van post met het achtervoegsel -gram
enkelvoud meervoud
naamwoord postogram postogrammen
verkleinwoord

het postogramo

  1. briefkaart, prentbriefkaart
    • En een Postogram 'Van harte beterschap' met stemmig aquarel. [1] 
    • Ik zou je, om maar meteen met de deur in huis te vallen, willen vragen wat je vandaag zoal aan wenskaarten, cadeaus, attenties en andere prullaria gekregen hebt. Een postogram van een inmiddels getrouwde dochter die in Keulen resideert? [2] 
    • Aan haar Doornikse "lotgenote" stuurde ze een zelfgeschreven postogram met felicitaties. [3] 
41 % van de Nederlanders;
84 % van de Vlamingen.[4]
  1. De Standaard 13 JANUARI 2007 JEROEN OVERSTIJNS VIEWMASTER. Postogram
  2. De Standaard 08 JUNI 2000 Eriek Verpale 1001 Notities
  3. De Standaard 28 FEBRUARI 2004 "Verjaardagswensen komen altijd te vroeg of te laat"
  4.   Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be