plofklank

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • plof·klank
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord plofklank plofklanken
verkleinwoord plofklankje plofklankjes

Zelfstandig naamwoord

plofklank m

  1. (taalkunde) een medeklinker die geproduceerd wordt met een volledige obstructie ergens in het spraakkanaal
    • In het Nederlands worden stemhebbende plofklanken, net als stemhebbende sisklanken, aan het eind van een lettergreep stemloos gemaakt. 
Synoniemen
Verwante begrippen
Vertalingen

Meer informatie

Gangbaarheid