plakband

Een rolletje plakband.

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • plak·band
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord plakband plakbanden
verkleinwoord plakbandje plakbandjes

Zelfstandig naamwoord

plakband o

  1. een lintvormige drager die aan één of beide zijden bedekt is met kleefstoffen, bedoeld om voorwerpen tijdelijk of blijvend vast te maken
    • Jan kleeft de doos dicht met plakband. 
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.[1]

Meer informatie

Verwijzingen

  1.   Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be