plaatsnamen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • plaats·na·men

Werkwoord

vervoeging van
plaatsnemen

plaatsnamen

  1. (in een bijzin) meervoud verleden tijd van plaatsnemen
    • ...dat wij plaatsnamen. 
    • ...dat jullie plaatsnamen. 
    • ...dat zij plaatsnamen. 

Zelfstandig naamwoord

plaatsnamen mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord plaatsnaam