pittoresk

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • pit·to·resk
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘schilderachtig’ voor het eerst aangetroffen in 1838 [1]
  • afgeleid van het Franse pittoresque (met het achtervoegsel -esk) [2] [3]
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen pittoresk pittoresker pittoreskst
verbogen pittoreske pittoreskere pittoreskste
partitief pittoresks pittoreskers -

Bijvoeglijk naamwoord

pittoresk

  1. schilderachtig, rustig, vredig en mooi
    • Het pittoreske dorpje werd, helaas, overspoeld door toeristen. 
Synoniemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

92 % van de Nederlanders;
96 % van de Vlamingen.[4]

Verwijzingen