pitbull

Een pitbull.

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • pit·bull
enkelvoud meervoud
naamwoord pitbull pitbulls
verkleinwoord pitbulletje
pitbulltje
pitbulletjes
pitbulltjes

Zelfstandig naamwoord

pitbull m

  1. bulterriër gekweekt om zijn grote vechtlust
    • Het gebruiken van pitbulls voor gevechten wordt vooral veel in de Verenigde Staten gedaan. 
Synoniemen
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

98 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.[1]

Meer informatie

Verwijzingen

  1.   Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be


Frans

Zelfstandig naamwoord

pitbull m

  1. pitbull.


Spaans

Zelfstandig naamwoord

pitbull m

  1. pitbull.