pijnpunt

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • pijn·punt
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord pijnpunt pijnpunten
verkleinwoord pijnpuntje pijnpuntjes

Zelfstandig naamwoord

pijnpunt o

  1. plaats waar men pijn voelt of kan voelen [2]
  2. (figuurlijk) punt in een overeenkomst waar men veel moeite mee heeft
Verwante begrippen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
97 % van de Vlamingen.[3]

Verwijzingen