perifeer

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • pe·ri·feer
Woordherkomst en -opbouw
  • afgeleid van het Griekse 'pherein' (dragen) met het voorvoegsel peri-
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen perifeer perifeerder perifeerst
verbogen perifere perifeerdere perifeerste
partitief perifeers perifeerders -

Bijvoeglijk naamwoord

perifeer

  1. (medisch) aan de buitenzijde
    • Het perifeer zenuwstelsel is het zenuwstelsel dat buiten het centrale zenuwstelse ligt. 
  2. aan de rand van iets (i.h.b. van een stad) gelegen
    • Een perifere buurt. 
  3. (figuurlijk) niet tot de vaste kern behorend, slechts zijdelings ergens deel van uitmakend
    • Perifere woordenschat. 
  4. (figuurlijk) niet erg ter zake doend, marginaal
    • De bijeenzameling acht het driftmatige niet te onrein, het zinnelijke niet te perifeer, het emotionele niet te vluchtig,...[1] 
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

88 % van de Nederlanders;
91 % van de Vlamingen.[2]

Verwijzingen

  1. M. Buber, Ik en jij, Utrecht 1998
  2.   Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be