Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • pas·to·res

Zelfstandig naamwoord

de pastoresmv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord pastor

Gangbaarheid

72 % van de Nederlanders;
53 % van de Vlamingen.[1]

Verwijzingen

  1.   Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be