paneermeel

Nederlands

 
paneermeel
Uitspraak
Woordafbreking
  • pa·neer·meel
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord paneermeel -
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

paneermeel o [2]

  1. fijn gemaakt beschuit of droog brood
    • "Wat doen kokos en stroop op een paasstol? En waarom een bruine speltvariant? Niet echt feestelijk. Het ergste vind ik dat het deeg zo gortdroog is, dat ik er paneermeel voor kroketten van zou kunnen maken. Ekoplaza komt vaak weg met dergelijke arrogantie, daar winkelen is een soort geloof geworden."[3] 
    • Laten we het eens niet over paard hebben, maar over paneermeel. Publicitair gezien is paneermeel een culinaire verschoppeling. Wanneer hoor je nu eens een lofzang op paneermeel? Toch is er alle reden toe. Wat zou anders tere vissen of kwetsbaar vlees beschermen tegen uitdrogen door blootstelling aan te hoge temperatuur en tezelfdertijd zorgen voor een krokant korstje. Hoe zouden we zonder paneermeel een gehaktbal sappig kunnen houden of een ovenschotel kunnen voorzien van een gebronsde, knapperige bovenkant. En je moet er niet aan denken wat paneermeelloos het perspectief voor bitterballen en kroketten zou zijn. Paneermeel is een culinair werkpaard, dienstbaar en onmisbaar, maar zonder glamour en zonder de aandacht op te eisen. [4] 
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
98 % van de Vlamingen.[5]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. paneermeel op website: Etymologiebank.nl
  2. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  3. Tubantia Annemart van Rhee 14 april 2017
  4. NRC Joep Habets 22 februari 2013
  5.   Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be