• over·zet·ten

overzetten

  1. overgankelijk van de ene kant naar de andere brengen
    • De veerman zette ons tegen betaling van een klein bedrag over. 
  2. overgankelijk (informatica) van het ene systeem naar het andere systeem brengen
    • Ik heb al mijn bestanden overgezet op mijn nieuwe computer. 
  3. vertalen
vervoeging van
overzetten

overzetten

  1. (in een bijzin) meervoud verleden tijd van overzetten
    • ...dat wij overzetten. 
    • ...dat jullie overzetten. 
    • ...dat zij overzetten. 
99 %van de Nederlanders;
99 %van de Vlamingen.[1]
  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be