openstellen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • open·stel·len
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
openstellen
stelde open
opengesteld
zwak -d volledig

Werkwoord

openstellen

  1. overgankelijk (wettelijk) toegankelijk maken
    • Nadat het gevaar van de aswolk geweken was werd het luchtruim weer opengesteld. 
  2. bereid zijn om iets waar te nemen
     Overleven bestaat ook uit je zintuigen openstellen en op je intuïtie vertrouwen.[1]
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.[2]

Verwijzingen

  1. Tim Voors “Alleen, De Pacific Crest Trail te voet van Mexico naar Canada”, eBook: Mat-Zet bv, Soest (2018), Fontaine Uitgevers  
  2.   Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be