ontgoogelen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ont·goo·ge·len
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
ontgoogelen
ontgoogelde
ontgoogeld
zwak -d volledig

Werkwoord

ontgoogelen

  1. overgankelijk (informatica) informatie op het internet uit de zoekmachine, met name die van Google, verwijderen


Meer informatie

Gangbaarheid