ontbrekend

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ont·bre·kend

Werkwoord

vervoeging van: ontbreken
verbogen vorm: ontbrekende

ontbrekend

  1. onvoltooid deelwoord van ontbreken
stellend
onverbogen ontbrekend
verbogen ontbrekende
partitief ontbrekends

Bijvoeglijk naamwoord

ontbrekend

  1. dat iets niet aanwezig is terwijl het wel nodig is
    • De Hanzelijn was een ontbrekende schakel in het Nederlandse spoorwegnet. 
Antoniemen

Gangbaarheid