onheilsplek

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • on·heils·plek
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord onheilsplek onheilsplekken
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

onheilsplek v/m

  1. plek waar iets vreselijks is gebeurd
     De rechters in de zaak van de dodelijke bootcrash op de Vinkeveense Plassen vorig jaar augustus gaan niet zelf een kijkje nemen op de onheilsplek. Een verzoek van het Openbaar Ministerie om een reconstructie op het water met de rechters erbij heeft de rechtbank in Utrecht dinsdag afgewezen.[1]
     Knetemann was achterop een geparkeerde auto gereden. Oud-renner Erik Stevens kent de details en gaat met Andere Tijden Sport terug naar de onheilsplek.[2]
Synoniemen

Gangbaarheid

Verwijzingen

  1.   Weblink bron “Rechters bootcrash niet naar Vinkeveen” (02-06-2015), Reformatorisch Dagblad
  2.   Weblink bron “Andere Tijden Sport: Gerrie Knetemann, de dood en de gladiolen” (14-04-2019), NOS