oneindige

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • on·ein·di·ge

Bijvoeglijk naamwoord

oneindige

  1. verbogen vorm van de stellende trap van oneindig

Gangbaarheid

98 % van de Nederlanders;
97 % van de Vlamingen.[1]

Verwijzingen

  1.   Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be