olijfboom

Een olijfboom.

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • olijf·boom
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord olijfboom olijfbomen
verkleinwoord olijfboompje olijfboompjes

Zelfstandig naamwoord

olijfboom m

  1. (plantkunde) Olea europaea   Olea europaea var. europaea   een boom waaraan olijven groeien
    • Wij hebben een olijfboom in de achtertuin staan. 
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.[1]

Meer informatie

Verwijzingen

  1.   Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be