normale

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • nor·ma·le

Bijvoeglijk naamwoord

normale

  1. verbogen vorm van de stellende trap van normaal
     Angst is heel krachtig als deze je normale vertrouwen ondermijnt en kan op elk moment terugkomen in de vorm van een paniekaanval.[1]
     Als hij dit aangename gevoel van kou, duisternis en hard werken zou moeten proberen uit te leggen, kon hij het alleen maar beschrijven als een soort pelgrimsreis terug naar de oorsprong, alsof hij zijn lichaam en ziel reinigde door te leven als een normale arbeider.[2]

Verwijzingen

  1. Tim Voors “Alleen, De Pacific Crest Trail te voet van Mexico naar Canada”, eBook: Mat-Zet bv, Soest (2018), Fontaine Uitgevers  
  2. Jan Guillou (vert. Bart Kraamer) “Kop in het zand” (2015), Uitgeverij Prometheus, ISBN 9789044628142


Deens

Woordafbreking
  • nor·ma·le
Naar frequentie 2928

Bijvoeglijk naamwoord

normale, g / o

  1. bepaalde vorm enkelvoud van de stellende trap van normal

normale, mv

  1. onbepaalde en bepaalde vorm meervoud van de stellende trap van normal


Noors

Woordafbreking
  • nor·ma·le
Naar frequentie 3639

Bijvoeglijk naamwoord

normale, m / v / o

  1. bepaalde vorm enkelvoud van de stellende trap van normal

normale, mv

  1. onbepaalde en bepaalde vorm meervoud van de stellende trap van normal


Nynorsk

Woordafbreking
  • nor·ma·le

Bijvoeglijk naamwoord

normale, m /v / o

  1. bepaalde vorm enkelvoud van de stellende trap van normal

normale, mv

  1. onbepaalde en bepaalde vorm meervoud van de stellende trap van normal