negenhonderdenveertien

Nederlands

       
0 9 1 4
negenhonderdenveertien,
op een abacus
Uitspraak
Woordafbreking
  • ne·gen·hon·derd·en·veer·tien
Woordherkomst en -opbouw

Hoofdtelwoord

negenhonderdenveertien

  1. "914", langere vorm van negenhonderdveertien, negenhonderd plus veertien
    1. om een hoeveelheid aan te geven
      • De inzameling heeft negenhonderdenveertien euro en vijftig cent opgebracht. 
    2. om een plaats in een volgorde aan te geven
      • De hoofdprijs van de verloting valt op lot negenhonderdenveertien. 
Synoniemen
Afgeleide begrippen

rangtelwoord

hooftelwoord samengesteld met "negenhonderdenveertien" ht als linkerdeel

Gangbaarheid

Verwijzingen

  1.   Weblink bron W. Haeseryn e.a. “7.2.1.1 Bepaalde hoofdtelwoorden, onder 2” (januari 2019) op e-ans.ivdnt.org (Algemene Nederlandse Spraakkunst)
  2.   Weblink bron “Tweeduizend zes / tweeduizend en zes” op taaladvies.net (Nederlandse Taalunie)