natuurzij

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • na·tuur·zij
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord natuurzij natuurzijdes
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

natuurzij v/m

  1. zeer zachte stof gemaakt van cocons van de zijderups
Synoniemen
Antoniemen

Gangbaarheid

41 % van de Nederlanders;
34 % van de Vlamingen.[1]

Verwijzingen

  1.   Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be