moorddadig

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • moord·da·dig
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen moorddadig moorddadiger moorddadigst
verbogen moorddadige moorddadigere moorddadigste
partitief moorddadigs moorddadigers -

Bijvoeglijk naamwoord

moorddadig

  1. geneigd tot het gebruiken van grof geweld
Synoniemen

Gangbaarheid

97 % van de Nederlanders;
97 % van de Vlamingen.[1]

Verwijzingen

  1.   Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be