• mi·ni·ma·lis·me
enkelvoud meervoud
naamwoord minimalisme -
verkleinwoord - -

het minimalismeo

  1. het streven om met zo eenvoudig mogelijke middelen een doel te bereiken, een effect te bewerkstelligen
    • Een figuratieve ambachtsman die flirtte met pop-art, die niks moet hebben van het minimalisme van grote rode vlakken of barbaarse abstracte kunst, maar portretten maakt en reusachtige kleurrijke natuurschilderingen. Een vrolijke, innemende snuiter bovendien. [1] 
98 % van de Nederlanders;
98 % van de Vlamingen.[2]