luidruchtige

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • luid·ruch·ti·ge

Bijvoeglijk naamwoord

luidruchtige

  1. verbogen vorm van de stellende trap van luidruchtig
     Geen van de vrolijke en luidruchtige jongens leek ouder dan twintig jaar.[1]

Verwijzingen

  1. Tim Voors “Alleen, De Pacific Crest Trail te voet van Mexico naar Canada”, eBook: Mat-Zet bv, Soest (2018), Fontaine Uitgevers