loodvrij

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • lood·vrij
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen loodvrij loodvrijer loodvrijst
verbogen loodvrije loodvrijere loodvrijste
partitief loodvrijs loodvrijers -

Bijvoeglijk naamwoord

loodvrij

  1. zonder of met weinig lood
    • De meeste benzineauto's rijden op loodvrije benzine. 
    • Bij het solderen gebruikt men tegenwoordig loodvrij soldeer. 
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.[1]

Verwijzingen

  1.   Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be