lidmaatschap

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • lid·maat·schap
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord lidmaatschap lidmaatschappen
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

lidmaatschap o

  1. de status van iemand als lid van een organisatie
    • Het lidmaatschap van deze vereniging is beperkt tot moedertaalsprekers van het Cherokee. 
     Het lidmaatschap of bestuurderschap van een criminele organisatie is in de aanklacht opgenomen, zegt Van Gessel.[2]
     President Niinisto en premier Marin van Finland zijn voorstander van het NAVO-lidmaatschap van hun land. Volgens de twee moet het land "zonder vertraging" een aanvraag doen voor het lidmaatschap van het militaire bondgenootschap. Dinsdag zei de defensiecommissie van het Finse parlement al dat toetreden tot de NAVO de beste optie is om nationale veiligheid te garanderen.[3]
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.[4]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. lidmaatschap op website: Etymologiebank.nl
  2.   Weblink bron “Achttien Hells Angels langer vast” (20 oktober 2005), Reformatorisch Dagblad
  3.   Weblink bron “Finse politieke leiders willen toetreden tot de NAVO, Rusland ziet dreiging” (12 mei 2022), NOS
  4.   Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be