leefsfeer


Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • leef·sfeer
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord leefsfeer leefsferen
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

leefsfeer v/m

  1. de omgeving, zowel sociaal, cultureel als fysiek, waarin men leeft
    • De voortgaande secularisatie van onze maatschappij maakt die behoefte aan een eigen leefsfeer en eigen organisaties niet minder. Eerder groter. De afstand tot de dominante cultuur neemt immers toe. Als het anders was, zouden we wellicht moeten concluderen dat de gereformeerde gezindte mee seculariseert. [1] 
    • Dus laat iedereen verplicht zijn DNA afgeven, vindt hij. Als je iemand moedwillig verkracht of vermoordt, of een fiets steelt, is dat niet meer in je persoonlijke leefsfeer. Niet iedereen is daar even enthousiast over, bleek even later al. Meer dan 120 reacties werden sindsdien ingestuurd en ook elders sprak men erover. [2] 
    • Ongemerkt veranderde de elite van Lux et Libertas zo in de elite van Lux. De zelfverzekerde leefsfeer van een noblesse oblige hebben deze stijgers echter nooit meegekregen. Wat nu telt zijn vooral éigen keuzes en prestaties, de eigen show – ook al bouwt men in werkelijkheid eindeloos voort op de inspanningen van anderen. [3] 

Gangbaarheid

94 % van de Nederlanders;
92 % van de Vlamingen.[4]

Verwijzingen

  1. Reformatorisch Dagblad dr. C. S. L. Janse 03-04-2017 Beeld van refozuil niet meer adequaat
  2. NRC Anouk van Kampen 20 november 2012 Geef jij je wangslijm aan de overheid? Debat over DNA-onderzoek barst los
  3. NRC Geert Mak 18 april 2015 Wij, de elites van nu, missen noblesse oblige
  4.   Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be