laserprinter

Nederlands

 
laserprinter
Uitspraak
Woordafbreking
  • la·ser·prin·ter
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Engels, in de betekenis van ‘printer die werkt met laserstralen’ voor het eerst aangetroffen in 1986 [1]
  • samenstelling uit het Engels laser en printer [2]
enkelvoud meervoud
naamwoord laserprinter laserprinters
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

laserprinter m

  1. (informatica) een afdrukker die gebruik maakt van laserlicht om een tussen afbeelding te maken voordat de toner op het papier gebrand wordt, tegenwoordig gebruikt men led-licht
    • De expertise bij Global zit hem in het ontwikkelen van razendsnelle printersoftware die er voor zorgt dat hetgeen afgedrukt moet worden ook perfect op papier verschijnt. Klinkt eenvoudig maar dat is het niet. Zeker als je wat verder kijkt dan de inkjet- of laserprinter die naast uw huis-PC staat. Als je over MFP-drukstoestellen (multifunctionele kantoorprinters) of industriële inkjetprinters praat is dat afdrukken geen fluitje van een cent. Bovendien is de kwaliteit van het afdrukken voor digitale drukkerijen superbelangrijk…[3] 
    • Na een jaartje lesgeven aan de universiteit van Utah ging Taylor aan de slag bij Xerox' Palo Alto Research Center (PARC). Dit onderzoeksinstituut legde de basis voor de grafische computerinterface en de muis, beide fundamenten van de hedendaagse personal computer. Ook de laserprinter werd er uitgevonden.[4]  
Verwante begrippen
Vertalingen

Meer informatie

Gangbaarheid

Verwijzingen