landbouwminister

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • land·bouw·mi·nis·ter
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord landbouwminister landbouwministers
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

landbouwminister m

  1. (beroep) (politiek) een minister in een kabinet die zich bezig houdt met de landbouw en tuinbouw
    • De landbouwminister nam maatregelen om het inkomen van agrariërs te garanderen. 
Hyperoniemen
Verwante begrippen

Meer informatie