kwastig


Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • kwas·tig
Woordherkomst en -opbouw
  • afleiding van kwast met het achtervoegsel -ig
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen kwastig kwastiger kwastigst
verbogen kwastige kwastigere kwastigste
partitief kwastigs kwastigers -

Bijvoeglijk naamwoord

kwastig [1]

  1. lijkend op een kwast
     En de staart was heel lastig, want we hebben alleen wat wervels. Hij heeft nu een olifantenstaart, niet met zulke dikke haren, maar kwastig genoeg om de vliegen te kunnen verjagen.’[2]
  2. van hout dat het veel kwasten bevat
  3. verwaand
Synoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

52 % van de Nederlanders;
45 % van de Vlamingen.[3]

Verwijzingen

  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2.   Weblink bron Ben van Raaij “Mastodont van schuim en hars Remie Bakker maakt niet iets wat echt is, maar wat echt lijkt” (8 mei 2010), de Volkskrant
  3.   Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be