klappertje

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • klap·per·tje

Zelfstandig naamwoord

klappertje o

  1. verkleinwoord enkelvoud van het zelfstandig naamwoord klapper

Gangbaarheid

98 % van de Nederlanders;
88 % van de Vlamingen.[1]

Verwijzingen

  1.   Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be