klachtenbureau


Nederlands

 
klachtenbureau in een woonwagen
Uitspraak
Woordafbreking
  • klach·ten·bu·reau
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord klachtenbureau klachtenbureaus
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

klachtenbureau o

  1. bureau waar klanten van een organisatie kunnen aangeven dat ze niet tevreden zijn over de organisatie en waar geprobeerd wordt in onderling overleg een oplossing voor het probleem te vinden
    • Samen besloten ze alles op alles te zetten om een conflict te voorkomen. Mijn collega raadde Annemarie aan om naar het klachtenbureau van het ziekenhuis te stappen en hen te vragen om bemiddelend op te treden. [1] 
    • Hetzelfde geldt voor de stichting Sensoor en de stichting Advies- en Klachtenbureau Jeugdzorg (AKJ). In het verleden betaalde de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) de organisaties namens alle gemeenten in één keer uit. Maar de VNG stopt daar met ingang van begin volgend jaar mee. [2] 
Vertalingen

Gangbaarheid


Verwijzingen