klaarte

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • klaar·te
Woordherkomst en -opbouw
  • afleiding van klaar met het achtervoegsel -te
enkelvoud meervoud
naamwoord klaarte klaartes
klaarten
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

klaarte v [1]

  1. helderheid, duidelijkheid, ondubbelzinnigheid
    • Zwijgend trekt de zwarte raaf hoog boven de aarde heen. De klaarte tintelt wijd en zijd. De zon schuift door het hoog getak en vliegen blinken in de zon, die gouden schijven strooit op purperen grond. De klaarte welft, de klaarte sprankelt over de aard. De wind ruischt door het hoog getak met ver-geluid, vol van geheim vertellend van een verre reis. [2] 

Gangbaarheid

53 % van de Nederlanders;
87 % van de Vlamingen.[3]

Verwijzingen

  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. Dansen en rhytmen [p. 83] (1989)–Frans Erens Frisch
  3.   Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be