kinderoor

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • kin·der·oor
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord kinderoor kinderoren
verkleinwoord kinderoortje kinderoortjes

Zelfstandig naamwoord

kinderoor o

  1. (anatomie) oren waarmee kinderen kunnen horen
     Vlijmen protesteerde. 'Dit is niet bestemd voor kinderoren.'[1]
     'Gaatje in kinderoor piercen is mishandeling'[2]
Uitdrukkingen en gezegden
  • dat is niet bestemd voor kinderoren
van iets dat geheim moet blijven voor kinderen

Gangbaarheid

Verwijzingen

  1. Carla de Jong “Geheim leven” (2019), Ambo Anthos, ISBN 9789026346132
  2.   Weblink bron “'Gaatje in kinderoor piercen is mishandeling'” (01-09-2012), Tubantia