kerkleraar

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • kerk·le·raar
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord kerkleraar kerkleraars
kerkleraren
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

kerkleraar m

  1. (religie) eretitel die in de Rooms-Katholieke Kerk wordt toegekend aan schrijvers die uitmunten door hun schrijftalent
    • Martin Luther kan zowel voor lutheranen als katholieken een kerkleraar zijn.[1] 
Vertalingen

Meer informatie

Gangbaarheid

Verwijzingen