kabinetsplan

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ka·bi·nets·plan
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord kabinetsplan kabinetsplannen
verkleinwoord kabinetsplannetje kabinetsplannetjes

Zelfstandig naamwoord

kabinetsplan o

  1. (politiek) een idee van een regering dat men wil gaan doen
    • Voordat het kabinetsplan kon worden uitgevoerd moest het goedgekeurd worden door het parlement.