ijsschep

Nederlands

 
ijsschep waarmee je bolletjes kunt maken
Uitspraak
Woordafbreking
  • ijs·schep
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord ijsschep ijsscheppen
verkleinwoord ijsschepje ijsschepjes

Zelfstandig naamwoord

ijsschep v/m

  1. een speciaal keukeninstrument waarmee je bolletjes kunt maken van roomijs
    • Om even over half negen ’s ochtends plonst de eerste deegbal in de olie. Het deeg heeft al een uur staan rijzen. Zestig liter voor de rozijnenbollen, zestig liter voor de oliebollen. De olie in zes glimmende frituurovens is volgens de regels van de kunst in fasen op temperatuur gebracht. Tot twee jaar geleden gebruikte Ron nog een ijsschep om het deeg voor elke rozijnenbol in de kokende olie te laten verdwijnen. Nu doet een machine dat werk. Elke klont even zwaar, even rond. [1] 
Synoniemen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
98 % van de Vlamingen.[2]

Verwijzingen

  1. NRC Dick Wittenberg 30 december 2011
  2.   Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be