ijshotel

Nederlands

ijshotel

Uitspraak
Woordafbreking
  • ijs·ho·tel
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord ijshotel ijshotels
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

ijshotel o

  1. tijdelijk hotel geheel opgebouwd uit sneeuw en uitgehouwen blokken ijs
    • "Vijf jaar geleden begonnen we een Bed & Breakfast met een groot strobed op de hooizolder. Dat was zo'n hit dat we er een strokasteel bijbouwden in de schuur ernaast. Ook dat liep als een trein. Een van onze gasten vertelde over haar ervaring met een ijshotel in Lapland. Ze vond het slapen op stro een verademing in vergelijking met een blok ijs. Het was daar ook standaard -8 graden, geen pretje." [1] 
    • Liefhebbers van Game of Thrones, opgelet. In Fins Lapland is er een heus Game of Thrones ijshotel geopend. Trek wel iets warms aan, want slapen doe je in een ijsbed in het winterse decor van de HBO-hitserie. [2] 
    • Traditiegetrouw opent in het plaatsje Jukkasjärvi iedere winter een ijshotel. Het plaatsje, zo’n 200 kilometer boven de poolcirkel, trekt ieder jaar tienduizenden bezoekers vanwege dit hotel. Een van de belangrijkste redenen om het winterse ijshotel te bezoeken? Vanaf daar kun je het Noorderlicht bewonderen [3] 
Vertalingen

Gangbaarheid

93 % van de Nederlanders;
92 % van de Vlamingen.[4]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Tubantia S. Riepema 15 otober 2015 Stormbestendige stro-iglo's op het Groningse platteland
  2. Tubantia S. Riepema 10 januari 2018 Waan je tussen 'White Walkers' in ijshotel
  3. De Telegraaf 20 september 2016 Altijd winter in Icehotel 365
  4.   Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be