herhaalde

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • her·haal·de
Woordherkomst en -opbouw

Werkwoord

vervoeging van
herhalen

herhaalde

  1. enkelvoud verleden tijd van herhalen
    • Ik herhaalde. 
    • Jij herhaalde. 
    • Hij, zij, het herhaalde. 
  1. verbogen vorm van herhaald, voltooid deelwoord van herhalen
     Ik accepteerde de naam direct en we klonken met onze glazen cola om het te vieren. Ik herhaalde mijn nieuwe naam een aantal keer stilletjes, ik was ‘Van Go’ geworden.[1]

Bijvoeglijk naamwoord

herhaalde

  1. verbogen vorm van de stellende trap van herhaald

Verwijzingen

  1. Tim Voors “Alleen, De Pacific Crest Trail te voet van Mexico naar Canada”, eBook: Mat-Zet bv, Soest (2018), Fontaine Uitgevers