hereniging

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • her·eni·ging
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord hereniging herenigingen
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

hereniging v [1]

  1. het herenigen
    • "Integratie vluchtelingen lastiger dan hereniging Duitsland" [2] 
Hyponiemen
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
96 % van de Vlamingen.[3]

Meer informatie

Verwijzingen