hemelbewoner

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • he·mel·be·wo·ner
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord hemelbewoner hemelbewoners
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

hemelbewoner m

  1. bewoner van de hemel waarbij dan minder wordt gedacht aan aliens maar eerder aan engelen o.i.d.

Gangbaarheid