helemaal

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • he·le·maal
Woordherkomst en -opbouw
  • In de betekenis van ‘bijwoord van hoedanigheid: geheel en al’ voor het eerst aangetroffen in 1784 [1]
  • samenstelling van  heel  en  maal  met het invoegsel -e-  [2]

Bijwoord

helemaal

  1. in z'n geheel
    • Hij was helemaal nat geworden. 
     'Dertig jaar geleden zat het hier helemaal vol', zegt Claudette Bonin (60), serveerster van het Relais des Routier in Dordives. Nu zijn een paar tafels bezet voor de lunch.[3]
     Net als de mogelijkheid om tijdelijk afstand te nemen van de constante druk in Amsterdam en even helemaal te doen waar ik zelf zin in had.[4]
Uitdrukkingen en gezegden
  • van a tot z
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.[5]

Verwijzingen

  1. "helemaal" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
  2. helemaal op website: Etymologiebank.nl
  3.   Weblink bron Peter Giesen “Route Nationale 7, leuker dan de Route du Soleil” (30 juli 2014), de Volkskrant
  4. Tim Voors “Alleen, De Pacific Crest Trail te voet van Mexico naar Canada”, eBook: Mat-Zet bv, Soest (2018), Fontaine Uitgevers  
  5.   Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be