heiligschenner

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • hei·lig·schen·ner
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord heiligschenner heiligschenners
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

heiligschenner m

  1. iemand die de handen slaat aan het heilige of aan een heilige persoon, plaats of zaak

Gangbaarheid