groen-wit

Andere schrijfwijzen Niet te verwarren met: groenwit


Nederlands

 
1. Deze ploeg speelt in het groen-wit.groen-wit
Uitspraak
Woordafbreking
  • groen-wit
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord groen-wit -
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

groen-wit o

  1. patroon dat is opgebouwd uit witte en groene vlakken
     De Rotterdamse ondernemer Olaf Ouwerkerk en zijn tweelingzus Marise Ouwerkerk vonden het tijd om hier verandering in te brengen en introduceren Stadsmuisjes, met de vertrouwde anijssmaak maar in het groen-wit van Rotterdam.[1]
  2. (sport) tenue van een ploeg dat voornamelijk witte en groene vlakken laat zien
     De linksbuiten maakte zoveel indruk in het groen-wit van Groningen, dat hij al snel overstapte naar PSV.[2]
     Ze reden in alle vroegte naar München en wisten de gestopte oud-topvoetballer daar te verleiden tot een rentree in het groen-wit van Groningen.[3]
stellend
onverbogen groen-wit
verbogen groen-witte
partitief groen-wits

Bijvoeglijk naamwoord

groen-wit

  1. met groene en witte vlakken
     Iedereen die deelgenomen had aan deze spelletjesdag kreeg als aandenken een medaille aan een mooi groen-wit lint.[4]

Gangbaarheid

Verwijzingen

  1.   Weblink bron “Het is een Rotterdammertje!” (19 juni 2020) op dehavenloods.nl
  2.   Weblink bron “‘Terugkeer Robben fantastisch voor Nederlands voetbal’” (27-06-2020), Tubantia
  3.   Weblink bron “FC Groningen deelt beelden van ‘roadtrip’ om Robben op te halen uit München” (29-06-2020), Tubantia
  4.   Weblink bron Wim Terwint “Prachtige promotie voor het voetbal.” (20 juni 2019) op svfcothen.nl