grauwtje

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • grauw·tje

Zelfstandig naamwoord

grauwtje o

  1. verkleinwoord enkelvoud van het zelfstandig naamwoord grauw

Gangbaarheid

60 % van de Nederlanders;
51 % van de Vlamingen.[1]

Verwijzingen

  1.   Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be