Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • gi·rant
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord girant giranten
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

girant m

  1. iemand die een gegireerde wissel aan een ander overdraagt

Gangbaarheid

28 % van de Nederlanders;
20 % van de Vlamingen.[1]

Verwijzingen

  1.   Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be