gekabbeld

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ge·kab·beld
Woordherkomst en -opbouw

Werkwoord

vervoeging van: kabbelen…
verbogen vorm: gekabbelde

gekabbeld

  1. voltooid deelwoord van kabbelen

Gangbaarheid

88 % van de Nederlanders;
92 % van de Vlamingen.[1]

Verwijzingen

  1.   Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be