gangene

Deens

Woordafbreking
  • gan·ge·ne
Naar frequentie 13620

Zelfstandig naamwoord

gangene

  1. nominatief bepaald mannelijk meervoud van gang


Noors

Uitspraak
Woordafbreking
  • gan·ge·ne
Naar frequentie 6187

Zelfstandig naamwoord

gangene

  1. nominatief bepaald mannelijk meervoud van gang